Maand: september 2019

Bij ons in de Biblebelt gesmoorde creativiteit

Geplaatst op Geupdate op

Ze hadden niet gedacht bij het Catherijneconvent in Utrecht, dat de tentoonstelling ‘Bij ons in de Biblebelt’ zoveel bezoekers zou trekken. Het aantal schuift rap naar de 50.000 en breekt alle records. Ze krabben nu achter hun oren en hebben spijt dat ze de bevindelijke richting niet wat meer ruimte hebben gegeven in tijd en plaats. Het prikkelt mij als ex-vrijgemaakte tot een bezoek aan deze tentoonstelling. Terug naar het hol van de leeuw en het lam.

Behalve dat het belachelijk druk is in alle zaaltjes en je nauwelijks de filmpjes kan volgen, moet ik erg zuchten. Zwaarte daalt neer uit de hemel. Het ‘bij ons’ uit de titel is wel heel letterlijk in deze context; ik zie alleen maar nette mensen, bevindelijk, gereformeerd of gewoon ANWB-stijl. Maar uniform in hun uitstraling, zondagse mensen met het gelijk aan hun kant. De tentoonstelling weerspiegelt deze Waarheid op alle fronten. Bordjes met ‘Ik ben de goede Herder’ gevolgd door opengeslagen statenbijbels, de Nashville-verklaring ligt op een formicatafel ter inzage en grote schermen met een blijmoedige SGP-voorman Kees van der Staaij; in blauw pak natuurlijk. Het eigen geluid krijgt ruim baan in deze rechtschapen bubble. Nergens een dissonant.

De oudste en liefste vrouw van de tentoonstelling
in zondagse kleren met tas en handschoenen

Dan moet de zaal met kleine videoschermen nog komen. Hier zie ik tussen de drommen bezoekers door, interviews met mensen van binnen de gemeenschap, netjes gekleed, pratend op een 3-zits-bank. Een goed geschoren jongeman vertelt dat hij op zondag geen korte broek aan mag, ook niet als het boven de 25 graden is. ‘Onze kinderen spelen in de achtertuin en gaan niet het erf af.’ Een vrouw met lange losse haren vertelt dat er op zondag niet gereisd wordt. In de vakantie op een buitenlandse bestemming gaan ze om 23.58 in de volgepakte auto zitten om exact op maandagmorgen om 00.00 uur te vertrekken naar huis. Zo wil god dat. Computers en iPhones zijn inmiddels wel binnengedrongen in de bevindelijke gemeenschap maar worden nog steeds aan banden gelegd ten faveure van het samen doen van spelletjes. De gezinscultuur wordt op alle fronten beschermd. Er is een christelijk internet, zonder porno denk ik, want sex, Eva en het lijf zijn van de duivel. Het bewustzijn van de brede en de smalle weg wordt er bij de jeugd goed ingewreven. ‘We zijn wel in de wereld maar niet van de wereld’ herinner ik me nog uit mijn eigen jeugd. Een gevleugelde uitspraak van de dominee tijdens de wekelijkse catechisatie.

Verderop zie ik onthullende foto’s van twaalf meisjes die allemaal gekleed zijn in dezelfde dracht; rokje, bloesje, wollen trui. Alleen de kleur verschilt hier en daar. Ontdaan van elke creativiteit en individualiteit, geperst in de mal maakt het me verdrietig. Ik ken dit uit mijn eigen middelbare schooltijd. Ik zat op een vrijgemaakte scholengemeenschap in Rotterdam, niet direct biblebelt, maar ook daar mocht je als meisje niet alles dragen; geen hotpants, naveltruitje of minirok. Er mocht overigens ook niet gedanst worden.

De mal

Mijn hobby was kleding ontwerpen en zelf naaien. Daarmee trad ik in de voetsporen van mijn moeder want ook zij zat vaak achter de naaimachine. Samen gingen we regelmatig naar de markt op de Meent om stof te kopen. Altijd in de uitverkoop. Mijn moeder zocht naar afgeprijsde coupons en had een antenne voor goede kwaliteit. Ze kende ook alle stoffen bij naam: keperkatoen, ribfluweel, damast, ruwe zijde, kasjmier, triviera, linnen of een simpel katoentje. Ze wist dat een jurk die schuin van draad geknipt was, heel mooi viel om het lichaam. Als je bij haar kwam, dan voelde ze altijd even met haar vingers aan de stof van je jurk of wollen vest en keek daarbij kritisch naar het materiaal door haar leesglaasjes. Of ze ging een stapje verder en inspecteerde het waslabel aan de binnenkant van je outfit voor exacte informatie over materialenmix. Acryl en polyester waren inferieur. Niet iedereen vond dit een leuke gewoonte. Nu doe ik het zelf.

In een creatieve bui, het was rond 1976, stond ik met twee versleten spijkerbroeken in mijn handen. Van de ene kon ik eigenlijk geen afstand doen, het was een echte Wrangler. Ik knipte de broek open aan de binnenzijde van de pijpen en knipte het kruis weg. In de driehoek die zo ontstond, stikte ik met de naaimachine de pijpen van de andere broek. Zowel voor als achter. Mijn nieuwe, zelf ontworpen maxirok van spijkerstof was een feit. De kont van de broek zat er nog lekker in. Yes! Project geslaagd!

Mijn moeder had een hekel aan die rok. Ze verstopte hem wel eens in de werkkast tot mijn grote ergernis. Toen had er natuurlijk een alarmbel moeten gaan rinkelen, maar nee, ik was verliefd op die rok en ging er mee naar school. Het was trouwens best moeilijk fietsen in zo’n strak ding. Aangekomen op de Meindert Hobbemalaan liep ik de school in waar de tweekoppige schoolleiding, Roth en Meier mij al stonden op te wachten in de gang. Ik was wat aan de late kant en liep goed in het vizier voor de heren. De kleinste herr Roth keek naar mijn nieuwe outfit en vroeg schamper:  ‘Wat is dat?’ – ‘Dat is een rok meneer, die heb ik zelf gemaakt.’ – ‘Je mag nu doorlopen maar ik wil je er nooit meer in zien.’ – ‘Waarom niet? Je ziet toch niks? Hij is maxi tot op m’n enkels!’-  ‘Als jij die rok morgen weer aan hebt, kun je linea recta naar huis vertrekken.’ – ‘Nou zeg, als het nou een hotpants was….’ sputterde ik nog een beetje tegen. ‘Naar je klas!’ En zo droop ik af. Zestien jaar. De rok heb ik thuis nog wel tegen de zin van mijn moeder gedragen maar naar school durfde ik niet meer.

Outfit door de week en zondagse kleren

Alsof God kledingvoorschriften geeft. De tentoonstelling geeft mij een enorm gevoel van beklemming. Het is tijd. Ik wil eruit en worstel me naar de uitgang. Frisse lucht en boven mij een strakblauwe hemel.
Nee, ik zou je deze Biblebelt-waanzin niet aanraden hoewel de koffie met amandelcake heerlijk is. ‘Bij ons in de Biblebelt‘ is nog te zien t/m 22 september, Museum Catherijneconvent, Lange Nieuwstraat 38, Utrecht.